EN
NL

De Estonia

Over boten. En energiecentrales. 

Maar eigenlijk over hoe een software tester nog veel meer kán doen.

Hoe er een leven mogelijk is om als losgeslagen piraat (of ninja, vooruit) intuïtie en creativiteit eindelijk vol in de zeilen te hebben. Waar het zaaien van beelden vol dood en verderf eindelijk tot volle wasdom komt. Iets waar elke professionele tester stiekem van droomt.

Voor de klant natuurlijk. Vanzelfsprekend. Absoluut.

 

Afgelopen vakantie kwam ik in gesprek met een gepensioneerde risico-analiste uit Schotland. Dunbar om precies te zijn. In dienst van de plaatselijke nucleaire energiecentrale. U moet zich voorstellen dat zij de hele dag bezig was met what if-scenario’s: neerstortende vliegtuigen, koelwaterverlies door betonmoeheid, drone-aanvallen, ‘inside jobs’ met explosieven, potentiële aardverschuivingen, you name it. Dat men in Fukushima natuurlijk rekening had gehouden met tsunami’s. Alleen dan weer niet met zo’n grote. Bummer.

Onwillekeurig dacht ik tijdens ons gesprek aan de veerboot die mijn dochters, vriendin en ondergetekende net vanuit IJmuiden naar Newcastle had gebracht: zouden er bij de ontwikkeling van dat soort bakbeesten óók out-of-the-box risico-analisten in dienst zijn? Op basis van het verhaal van ‘de Estonia’ (weet u het nog, de veerboot tussen Estland en Zweden die in ’94 zonk en meer dan 800 zielen de diepte introk) waag ik dat te betwijfelen. Hoe moeilijk is het om een scenario te bedenken waarbij de boegklep afbreekt, om vervolgens te bezien hoe zo’n lekkende container zich houdt? Heel slecht bleek overigens: lekje aan één kant, alle geparkeerde autootjes schoven door het binnenstromende water diezelfde kant op, u voelt ‘m al. De veerboot lag, ruim voordat de passagiers “Watskeburt?!” konden roepen, al op z’n kant.

Waarom ik zo geïnteresseerd was in haar verhalen, heeft te maken met het feit dat ik in mijn huidige werk wordt omgeven door risico-analisten, agile softwaretesters om precies te zijn. En plots, in dat gesprek, drong er zich een lastige vraag op:

doen we wel alles wat we zouden moeten doen?

Wat bedoel ik? Nou dit: stel, u zoekt een ICT-oplossing. U huurt een agile team in, die in een continu proces van ontwerpen, bouwen en testen uw oplossing voortvarend realiseert. Prima toch? Het punt is dat veel ICT-projecten, net als veel menselijke ondernemingen, drijven op een zeker ‘naïef positivisme’. We struikelen over een idee, krijgen daar een warm and fuzzy feeling bij, bedenken een hemels verhaal over hoe het project alle huidige problemen oplost, en gaan vervolgens vol aan de slag. Maar hoe vaak staan we stil bij de mogelijkheid dat datzelfde verhaal door pure ondoordachtheid of onvermoede plotwendingen kan veranderen in een koude, diepduistere nachtmerrie?

Terug naar de Estonia: wat gebeurt er als er een onverlaat een koevoet tussen wand en klep steekt, en daarmee ook de sensor molt, waardoor niemand meer doorheeft dat het water naar binnen gutst? Willen we een boot die zo makkelijk te kelderen valt?
Wat gebeurt er na een aanvaring met een Russische nucleaire (!) onderzeeër? Willen we een schuit dat door zo’n botsing postuum wordt omgedoopt tot “Tjernobyl II”?
Wat als de kapitein suïcidaal is en besluit niet alléén naar de haaien te gaan? Willen we een vaartuig die door één persoon te besturen valt?
Kan een drijvend eilandje van kapotte vissersnetten de schoep blokkeren, en zo ja, wat volgt dan? Als je net aan het aanleggen bent? En je passagiers al kwetsbaar in hun auto’s in de buik van het beest zitten te wachten? Pissig omdat het zo lang duurt?

Samengevat: op elke gedroomde verhaallijn is er een oceaan aan mogelijke horrorplots los te laten. Een risico-benadering waar op de ICT-werkvloer nauwelijks aandacht voor lijkt te zijn. En waarom is dat?

Misschien omdat er uit het gemiddelde ICT-traject, zoals een oud-collega van mij ooit zo plastisch uitdrukte, ‘geen bloed komt’. Totdat je foutjes in de software van een ziekenhuis, of de plotselinge onbereikbaarheid van 112 gaat meetellen. Dan wel.
Misschien omdat het lastig is om de meerwaarde uit te leggen: “Ik ga uw geld gebruiken om risico’s te bedenken en vervolgens te analyseren, óf dingen onderzoeken waar ik hoogstens een naar gevoel bij heb.” Ik hoor het de geldverstrekker al zeggen: “Oh ja joh?”
Is het omdat het vraagt om een andere manier van denken, om ‘faaldenken’? “Hallo dames en heren, vandaag zijn we bij elkaar gekomen om eens na te gaan hoe het product waar we aan werken zou kunnen bijdragen aan het einde van het bestaan van de klant.” Ook lastig te verkopen lijkt me.
Wellicht komt het omdat dit soort sessies mogelijk allerlei nieuwe omissies laten zien, waardoor betrokkenen met de billen bloot moeten. “Nee, dat heb ik inderdaad niet goed gedaan.” Au.
En het zou kunnen zijn omdat als ik, in het vooruitzicht de lead te hebben in een sessie waarbij de weerstand groot is en de werkrelatie met mijn collega’s flink beschadigd zou kunnen raken, toch maar liever onderduik. In silent mode. Naar veiliger wateren.

Er kunnen tientallen redenen zijn waarom het niet gebeurt.
En toch moet het daar naartoe.

Er zijn talloze voorbeelden, waarin het niet in acht nemen van horrorplots heeft geleid tot serieus meerwerk. Zo heeft de verantwoordelijke werf zijn laatste rechtszaak omtrent de teloorgang van de Estonia, afgelopen zomer, 25 jaar (!) na dato, pas net achter de rug.

Dus bij deze mijn eigen gewenste vergezicht: hoe testers naast hun functie als kwaliteitsloodsen, bij tijd en wijle in georganiseerde risicosessies hun geciviliseerde masker afleggen, en zich dan tonen als de piraten die ze zijn. Om vrij en wild, grauwend en houwend, alle betrokkenen te laten zien dat uitgestrekte wateren, gevaren met zich meebrengen. Hele nare grote gevaren. Boven, en onder water. En dat je daar maar beter goed op voorbereid kunt zijn.

Tenslotte: is hier dan mogelijk sprake van een silver bullet, die ervoor kan zorgen dat al tijdens design of bouw, boten in wording gerechtvaardigd worden getorpedeerd, (vanwege allerlei gevonden en onoverkomelijke risico’s), dan wel glanzend en risicoloos te water kunnen worden gelaten? Nee. Meer dan 100 jaar geleden meenden we al een onzinkbaar schip, zonder de goedkeuring van de goden, te kunnen bouwen. Om vervolgens te water te laten. Met mensen erin. En we weten allemaal hoe dat, op haar maiden voyage, door iets met een ijsberg is afgelopen. Over naïviteit, plotwendingen en horreur gesproken.
Maar de kans dat afbrekende boegkleppen, ijsbergen of andersoortige ellende na deze vrije en hoogst noodzakelijke risicosessies alsnog als donderslagen bij heldere hemel uw boot te gronde zullen richten, zal een aanzienlijk stuk kleiner zijn geworden.

En is dat niet de kernopdracht van elke gewaardeerde en zichzelf respecterende softwaretester?

Naar het overzicht

Carlo van Driel
Directeur 
carlo@deagiletesters.nl
06-12913682


Theo Janssen
Business development
theo@deagiletesters.nl
06-15022781